Deelname als Klinisch psycholoog BIG aan K&J psychiatrie (artsen) congres
Vorige week heb ik kinder- en jeugdpsychiatrie (K&J) congres van Benecke bijgewoond.
Altijd interessant om als Klinisch psycholoog BiG een congres met vooral artsen/k&j psychiaters bij te wonen. En ook te horen hoe zij momenteel tegen het vak, het veld en kansen en uitdagingen daarbinnen aan kijken vanuit hun discipline. Bespiegelingen op hedendaagse ontwikkelingen, (dreigende) tekorten en trends en gedachten over hoe de psychiater opleiding bestendig meer competentiegericht vorm te gaan en blijven geven. En dan mijn eigen ervaring als opleider (competentiegericht-kbs-sen en praktijktoetsen en voortdurend nadenkend en reflecterend over hoe je deze zo betrouwbaar en objectief mogelijk in kunt vullen) van GZ io, PT io en KP io en al systemisch/contextueel en gericht op de levensloop hiernaast te kunnen leggen.
Het ging er in sommige lezingen ook over wat is “normaal” en “niet-normaal” als we (DSM5-)classificaties los (zouden) laten en wie bepaalt dat dan? Men lijkt hier zoekende in. Mijn eigen kinderen (17 en 19) -uit de generatie waar het vorige week ook veel over ging- stellen deze vraag ook vaker op zo’n manier alsof hier geen objectief antwoord op te geven valt. Ik kijk hier oorspronkelijk in ontwikkelingspsychologie en jeugdstudies afgestudeerd echter anders tegenaan. Want ook met alle kennis over fasenproblematiek (hier ging de hele afstudeerrichting jeugdstudies over) valt vanuit de ontwikkelingspsychologie en jeugdstudies wetenschappelijk onderbouwt best nog wel wat te zeggen over of iets binnen het gemiddelde gebied voor die leeftijd en ontwikkelingsfase/-taak valt of in de buitenste regionen en bepaalt dit ook mede denk ik welke zorg, door welke discipline en op welke plek nodig is. Wat niet wil zeggen dat mensen in gemiddelde en nog normale range kwalitatief niet ergens last van kunnen hebben. Voor mij is dit geen specialistische kennis maar gewoon de basis kennis uit mijn universitaire opleiding. In latere postdoctorale opleidingen is daar nog veel andere kennis bij c.q. bovenop gekomen maar deze basiskennis blijft staan en gelden.
Volgens mij moeten we niet het één of het ander doen (classificatie of levensloop/neurodivergent) maar juist allebei. Ik ben ook opgeleid in het adequaat stellen van verschillende DSM classificaties en in het uitvoeren van persoonsgerichte diagnostiek zowel mbt IQ, neuro als persoonlijkheid. Als je mensen in je team hebt die hier goed in zijn opgeleid dan hoeft dit niet tot veel langere of duurdere diagnostiektrajecten te leiden en kunnen we scherper indiceren en mensen sneller op de juiste behandel- of begeleidingsplek krijgen en trajecten die niet gaan helpen (en we dit van te voren eigenlijk al hadden kunnen voorspellen/weten) voorkomen.
Daarnaast is meten en objectiveren van behandeleffecten zowel op klachtniveau als wat betreft transdiagnostische factoren heel belangrijk. Dit zouden we allemaal meer moeten (blijven) doen en niet alleen voor je N=1 of bij je wetenschappelijk onderzoek in je KP-opleiding.
Terug naar overzicht